{"id":1370229,"magazine_id":131143,"template_id":30,"title":"Resultaten onderzoek \u2018E\u00e9n jaar tot de Omgevingswet\u2019","alias":"resultaten-onderzoek-een-jaar-tot-de-omgevingswet","page_no":5,"meta_keywords":null,"meta_description":null,"share_url":null,"options":{"has_disabled_header":false,"exclude_from_navigationbar":false,"share_url":null},"header":null,"content":{"background":{"filename":"fris_roze.0f9bfef22c94.jpg","uri":"\/images\/fris_roze.0f9bfef22c94.jpg","alt":null,"filemime":"image\/jpeg","filesize":105260,"width":2100,"height":1500},"nav_type":"bars","rows":[{"row_type":1,"text_image":[{"title":null,"subtitle":"Resultaten onderzoek \u2018E\u00e9n jaar tot de Omgevingswet\u2019","description":"<p><em>Pim Nijssen &amp; Arjan Loesink<\/em><\/p><p><br><\/p><p>Eind 2019 voerden TwynstraGudde en Omgevingsweb een onderzoek uit met als centrale vraag: \u2018Hoe staan de gemeenten in ons land ervoor, \u00e9\u00e9n jaar voor invoering van de Omgevingswet?\u2019 Vijftig gemeenten reageerden op de enqu\u00eate en de algemene conclusie luidt: \u2018Er is nog veel werk te doen.\u2019<\/p><p><br><\/p><p><em>Gemiddelde leestijd: 4 minuten<\/em><\/p>","image":{"filename":"robin-de-ruiter-jj9gz6r8e1k-unsplash.8e6cc80683e5.jpg","uri":"\/images\/robin-de-ruiter-jj9gz6r8e1k-unsplash.8e6cc80683e5.jpg","alt":null,"filemime":"image\/jpeg","filesize":464163,"width":1920,"height":1280},"content_position":"0","style":{"subtitle":["color: rgb(181,51,46);","color: rgba(181,51,46,1);","font-family: Merriweather; font-weight: normal;","font-size: 28px;"],"paragraph":["font-size: 16px;","color: rgb(53,60,82);","color: rgba(53,60,82,1);"]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p style=\"color:#657b8a; font-size: 20px\"><strong>Digitaal stelsel hoofdpijndossier?<\/strong><\/p><p>De meest in het oog springende uitkomst van het onderzoek vormt de grote opgave die gemeenten zien op het gebied van de invoering van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Deels logisch, omdat de informatie-infrastructuur van alle gemeenten dient te worden aangepast aan de nieuwe uitwisselingseisen die de wet stelt. Dat is technisch gezien ook een flinke klus, wat inmiddels ook aanleiding is om de wet met een jaar uit te stellen. Wat hierbij wel opvalt, is dat de ge\u00ebnqu\u00eateerden de opgave voor de interne uitwisseling van data alsnog groter beschouwen, dan de uitwisseling van data met externe partijen (2,02 vs. 1,68). Dit kan deels verklaard worden door het feit dat sectorale processen tot op zeker hoogte nog wel zijn gestroomlijnd (ook in de ruimtelijke samenwerkingsketen met bijvoorbeeld omgevingsdiensten en provincie). Maar hier speelt vooral dat de koppeling tussen systemen tussen afdelingen, zoals die tussen de afdelingen RO en Vergunningverlening, nog moet gebeuren. Mogelijk be\u00efnvloedt de urgentie van deze opgave (het DSO moet klaar staan als de invoering plaatsvindt) de scores nog eens extra.<\/p><p><br><\/p><p style=\"color:#657b8a; font-size: 20px\"><strong>Integraal werken: een forse opgave<\/strong><\/p><p>De tweede grote opgave die uit de enqu\u00eate naar voren komt betreft het verbeterdoel (uit de Omgevingswet) om de integraliteit van werken te verbeteren. Zowel de vraag in welke mate de organisatie gericht is op de principes van de Omgevingswet voor wat betreft interne samenwerking als de vraag in welke mate de competenties van medewerkers aan integrale samenwerking bijdragen laten een grote ontwikkelopgave zien (1,66 en 1,50). De structuur en de competenties ondersteunen elkaar op dit onderwerp dus nog niet.<\/p><p><br><\/p><p>De integrale werkprocessen binnen de eigen organisatie en de afstemming met ketenpartners dienen dus nog geoptimaliseerd te worden om op 1 januari 2022 te kunnen voldoen aan de vereisten van de wet. Zowel de digitaliseringsopgave die uit dit onderzoek naar voren komt, als het deels ontbreken van een organisatiestructuur die integraal werken ondersteunt en nog achterblijvende vaardigheden bij de medewerkers op dat vlak, doen de vraag rijzen hoe goed gemeenten over anderhalf jaar in staat zullen zijn aan de doelen van de Omgevingswet te voldoen<a href=\"#\" onclick=\"Magazine.overlay.show('273060'); return false;\"><sup><span style=\"color: #414141;\">1<\/span><\/sup><\/a>.&nbsp;<\/p><p><br><\/p><p style=\"color:#657b8a; font-size: 20px\"><strong>Participatie<\/strong><\/p><p>Een opvallende conclusie uit het onderzoek is dat de deelnemers aangeven dat het contact met buiten nauwelijks hoeft te veranderen. De manier waarop participatie op dit moment plaatsvindt komt overeen met de wijze waarop dit onder de Omgevingswet zou moeten zijn. Als we vervolgens doorvragen naar de wijze waarop medewerkers van de gemeenten omgaan met deze initiatieven en hoe de gemeente de verbinding zoekt met de leefwereld van de samenleving, ontstaat er een ander beeld. Het contact is nog te veel eenrichtingsverkeer en vooral gericht op uitleggen van eigen plannen en toetsen aan gemeentelijk beleid. Het is veel minder gericht op luisteren en meedenken met initiatiefnemers om te onderzoeken hoe initiatieven mogelijk gemaakt kunnen worden.&nbsp;<\/p><p><br><\/p><p>Samenvattend zou je hieruit kunnen opmaken dat er weliswaar voldoende contact is tussen gemeente en burgers en maatschappelijke organisaties, maar dat de inhoud ervan en de mate waarin die inhoud zijn weg vindt binnen gemeentelijke organisaties nog beter kan.<\/p><p>&nbsp;<\/p><p style=\"color:#657b8a; font-size: 20px\"><strong>Verschil tussen grote en kleinere gemeenten<\/strong><\/p><p>De grotere gemeenten die meededen aan het onderzoek (100.000+ inwoners) zien een minder grote opgave dan de kleinere gemeenten. Grotere gemeenten hebben zowel een gemiddeld lagere ambitie (de scores op de toekomstige situatie) als een positiever beeld van de huidige situatie. Grotere gemeenten lijken de lat dus minder hoog te leggen voor de toekomstige situatie. Het onderzoek toont niet aan waar het hem in zit.<\/p><p><br><\/p><p>Overigens valt op dat de opgave rondom het DSO nauwelijks verschil laat zien tussen kleinere en grotere gemeenten. De meest concrete en technische verandering wordt dus even groot ingeschat.<\/p><p><br><\/p><p style=\"color:#657b8a; font-size: 20px\"><strong>Algemeen beeld<\/strong><\/p><p>TwynstraGudde heeft dit onderzoek in de afgelopen jaren bij meerdere gemeenten ingezet. Wat opvalt is dat de verschillen tussen de huidige en de toekomstige situatie in deze enqu\u00eate significant hoger zijn dan bij de eerdere onderzoeken die zijn uitgevoerd. Enerzijds opmerkelijk, aangezien je zou aannemen dat naarmate de invoering nadert, organisaties zich al meer ontwikkelen in de richting van de Omgevingswet. Anderzijds kan de naderende invoering organisaties ook zenuwachtiger maken, waardoor de urgentie en daarmee de opgave meer wordt gevoeld. Dit onderzoek is uitgevoerd voor de bekendwording van het uitstel van de implementatie, waarmee de tijdsdruk op de veranderopgave iets is weggenomen. Tegelijkertijd biedt deze extra tijd gemeenten ook de mogelijkheid tot een herori\u00ebntatie op de implementatie.<\/p><p>&nbsp;<\/p><p style=\"color:#657b8a; font-size: 20px\"><strong>Verantwoording<\/strong><\/p><p>De enqu\u00eate is uitgezet bij 107 gemeentelijke professionals, die binnen hun organisatie (deels) verantwoordelijk zijn voor de invoering van de Omgevingswet (zoals programmamanagers, projectleiders of adviseurs). De vragen zijn beantwoord voordat duidelijk werd dat de invoering met een jaar is uitgesteld. Circa tachtig mensen hebben de enqu\u00eate (deels) ingevuld. Voor het onderzoek hebben we enkel de resultaten gebruikt van de personen die alle vragen hebben ingevuld (vijftig). Het onderzoek bestond uit vierentwintig vragen, verdeeld over acht onderwerpen (cultuur, structuur, competenties, samenwerken, participatie, leefomgeving, instrumenten en digitalisering). Voor elke vraag diende op een vijfpuntenschaal te worden aangeven hoe de eigen gemeente, volgens de ge\u00ebnqu\u00eateerde, scoort op een beschreven thema in de huidige situatie en hoe zij vinden dat hun organisatie zou moeten scoren over vijf jaar (dus als de Omgevingswet een feit is). Het verschil tussen deze twee uitkomsten kan worden beschouwd als de \u2018ontwikkelopgave\u2019. De geringste opgave bedroeg 0,18 (\u2018de bereikbaarheid van de organisatie voor burgers en andere maatschappelijke partners\u2019). Hier liggen de huidige en de gewenste situatie dus dicht bij elkaar. De grootste opgave bedroeg 2,02 (de mate waarin het met de huidige informatie-infrastructuur mogelijk is om vanuit de verschillende interne beleidsdomeinen gestandaardiseerde informatie te ontsluiten).<\/p>","columns":"0","style":null}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p><img src=\"https:\/\/www.omgevingsweb.nl\/wp-content\/uploads\/2020\/07\/Pim-Nijssen.png\" style=\"height:140px;float:right;border:6px solid #353c52\"><\/p><p><br><\/p><p><strong>Pim Nijssen<\/strong> is partner bij Twynstra Gudde. Pim helpt partijen beter samen te werken als adviseur, trainer of coach. In de dagelijkse praktijk werkt Pim aan actuele opgaven, zoals klimaatadaptatie en de implementatie van de nieuwe Omgevingswet.&nbsp;<\/p><p><br><\/p><p><br><\/p><p><br><\/p><p><img src=\"https:\/\/www.omgevingsweb.nl\/wp-content\/uploads\/2020\/07\/332904.jpg\" style=\"height:140px;float:right;border:6px solid #353c52\"><\/p><p>Als adviseur bij Twynstra Gudde helpt <strong>Arjan Loesink&nbsp;<\/strong>organisaties in de watersector met het vinden van oplossingen hierin. Hij werkt hierbij veelal op het snijvlak van bestuurlijke ambities en doelen en ambtelijke uitvoering.<\/p><p><br><\/p>","columns":"0","style":{"background":["background: rgb(53,60,82);","background: rgba(53,60,82,1);"],"paragraph":["color: rgb(255,255,255);","color: rgba(255,255,255,1);"]}}]}]}}