{"id":1270865,"magazine_id":118309,"template_id":30,"title":"Redt eHealth de ggz?","alias":"redt-ehealth-de-ggz","page_no":5,"meta_keywords":null,"meta_description":null,"share_url":null,"options":{"has_disabled_header":false,"exclude_from_navigationbar":false,"share_url":null},"header":null,"content":{"background":{"filename":"ral7035_licht_grijs.34fcc669843c.jpg","uri":"\/images\/ral7035_licht_grijs.34fcc669843c.jpg","alt":null,"filemime":"image\/jpeg","filesize":49972,"width":1772,"height":1772},"nav_type":"bars","rows":[{"row_type":1,"text_image":[{"title":null,"subtitle":"Redt eHealth de ggz?","description":"<p><em>Philippe Delespaul<\/em><\/p><p><br><\/p><p>eHealth lijkt een oplossing voor alle problemen. Maar redt eHealth de ggz van de actuele malaise? Ik ben al jaren bezig met eHealth. Ik was in 1982 de eerste voorzitter van de werkgroep \u2018Psychologie en Computers\u2019 in Vlaanderen. De beroepsvereniging van klinisch psychologen wilde ervoor zorgen dat de psychologen de boot van de innovaties niet zouden missen. Na drie\/vier jaar heb ik mijn ontslag aangeboden omdat ik ervan overtuigd raakte dat de computer niet centraal moet staan, maar de zorg. Ook nu nog krijg ik haast wekelijks de vraag: \u2018we willen iets doen met apps, kunnen jullie helpen?\u2019. Steeds is de oplossing (computers) belangrijker dan de vraag. Waarom hebben we geen werkgroep \u2018Computers en potloden\u2019? Bij potloden weten we dat het gebruiksvoorwerpen zijn: je gebruikt ze om een probleem op te lossen. Maar computers? Die gebruik je omdat het computers zijn en ze beschikbaar zijn, maar niet omdat we de computers nodig hebben en ze onze problemen oplossen. We zoeken nooit een reden om een potlood te gebruiken, maar we zoeken wel redenen om computers of apps te kunnen gebruiken. Vreemd.<\/p><p><br><\/p><p><em>Gemiddelde leestijd: 10 minuten<\/em><\/p>","image":{"settings":{"position":"center center"},"filename":"pexels-photo-1425498.68e8d22bde1f.jpeg","uri":"\/images\/pexels-photo-1425498.68e8d22bde1f.jpeg","alt":null,"filemime":"image\/jpeg","filesize":164218,"width":2250,"height":1500},"content_position":"0","style":{"background_title":["background: rgb(191,42,42);","background: rgba(191,42,42,1);"],"title":["color: rgb(255,255,255);","color: rgba(255,255,255,1);","font-size: 15px;"],"subtitle":["color: rgb(65,127,171);","color: rgba(65,127,171,1);","font-size: 30px;","font-family: 'Times New Roman', Times; font-weight: normal;"]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p>We zijn zo verliefd geworden op innovatieve technologie en gadgets dat we zijn vergeten waarvoor we ze nodig hadden. In Vlaanderen zeggen we: 'kopen voor de heb'. Als een soort verslaving willen we steeds de laatste <em>release<\/em>. Maar \u2018waarom?\u2019 is de vergeten, maar cruciale vraag! Als we dit probleem niet oplossen, zal eHealth marginaal blijven. Wat ook de droom is van zorgverzekeraars, ministeries en managers om door eHealth te bezuinigen. De optie van kostenbesparing is realistisch, soft- en hardware worden immers snel goedkoper en de uitgaven kunnen omlaag als we ons niet laten chanteren door vakbonden, monopolisten en verkeerd begrepen kwaliteitsbeleid (waardoor een geregistreerde <em>medical device<\/em> tot 100 keer duurder wordt dan een identiek consumentenproduct). Vandaag is de nood groot. Maar we moeten niet bang zijn. Het moment dat eHealth ons werk overneemt is niet dichtbij. Maar het is wel hoogdringend om IT-ondersteunde aanvullingen in de zorg te implementeren. Dit duldt geen uitstel.<\/p>","columns":"0","style":null}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p style=\"text-align: center;\"><strong><em>\"We zijn zo verliefd op innovatieve technologie en gadgets, dat we vergeten waarvoor we ze nodig hadden\"<\/em><\/strong><\/p>","columns":"0","style":{"paragraph":["color: rgb(65,127,171);","color: rgba(65,127,171,1);","font-size: 20px;"]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p>Toch reageert de zorgsector defensief: we verzetten ons tegen IT-oplossingen. Ik vind dat moreel onverantwoord. In de aankomende jaren heeft de Nederlandse zorg behoefte aan 90.000 meer verpleegkundigen dan opgeleid kunnen worden om de actuele kwaliteit van de zorg duurzaam te behouden. We kunnen deze verpleegkundigen recruteren in Polen, Spanje of Roemeni\u00eb, maar dat is niets minder dan diefstal. Deze professionals mogen niet weggekocht worden, omdat ze in hun eigen land meer nodig zijn. We moeten alternatieven vinden voor onze <em>manpower<\/em>-honger. Terwijl ons actueel protectionistisch kwaliteitsbeleid professionals schaars maakt.<\/p><p><br><\/p><p>Een 90-jarige vriend van de familie werd in het bejaardentehuis opgenomen omdat hij slecht ter been was. Mentaal was hij lucide. Van de ene dag op de andere werd hij afhankelijk van de verpleging om geholpen te worden om naar het toilet te gaan. Maar vaak kwam geen reactie op de bel (het personeel was met andere pati\u00ebnten bezig, met logistiek, administratie, overleg, of gewoon aan het <em>socializen<\/em>). Ondertussen nam de stress toe. Toen ik op bezoek was vertelde hij me dat de verpleging een pamper had voorgesteld. Hij verzuchtte dat hij te vroeg geboren was, dat een robot in de toekomst een humane oplossing is voor deze vernederende ervaring. IT kan een oplossing zijn voor echte problemen van mensen.<\/p><p>Wat beschouwen we als echte kwaliteit, het invullen van allerlei screeningslijsten of het verhelpen van elementaire nood? Het is een uitnodiging aan vakbonden om de defensieve houding ten opzichte van de ICT op te geven om kwalitatieve zorg mogelijk te maken. Als ICT de <em>routine jobs<\/em> oppakt, kunnen professionals zich richten op een meer presente humane hulpverlening. Dit vraagt een open geest.<\/p>","columns":"0","style":null}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p style=\"text-align: center;\"><strong><em>\"Ik heb lang gedacht dat de psychiatrie altijd mensenwerk zal blijven. In de kern blijf ik hiervan overtuigd. Maar er zijn indicaties die mij doen twijfelen\"<\/em><\/strong><\/p>","columns":"0","style":{"paragraph":["color: rgb(65,127,171);","color: rgba(65,127,171,1);","font-size: 20px;"]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p>Vijf jaar geleden werd de door wachtlijsten geteisterde Nederlandse gezondheidszorg opgeschrikt door het aantal burgers dat voor een cataractoperatie (of een nieuwe heup of donornier) een vakantie in Istanbul, Brussel of Marseille boekten. Eenmalige, routinematige interventies werden kwalitatief evenwaardig, sneller en goedkoper (soms inclusief reiskosten) uitgevoerd door een concurrentieel zorgsysteem. Maar hoe zit het met chronische ziekten of langdurige beperkingen?<\/p><p><br><\/p><p>Moderne technologie maakt het mogelijk om<em> hightech cardio monitoring<\/em> thuis op te volgen. Sommige studies geven aan dat de levensverwachting toeneemt, de beleefde kwaliteit van het leven dramatisch verbetert en dat de zorgkosten afnemen. Met internet kan je behandelteam evenzeer in India, als in Maastricht gelokaliseerd zijn. De kwaliteit van de <em>outsourced<\/em> zorg blijft evenwaardig. Wie een chronische beperking heeft (als een hartprobleem), is graag bereid om 10 tot 30 euro per maand te betalen om 24\/7 door een specialistenteam opgevolgd te worden. De zorgverzekeraar wil deze prijs graag betalen.<\/p><p><br><\/p><p>Is <em>outsourcing<\/em> ook mogelijk in de psychiatrie? Ik heb lang gedacht dat de psychiatrie altijd mensenwerk zal blijven. In de kern blijf ik hiervan overtuigd. Maar er zijn indicaties die mij doen twijfelen. Het eerste argument sluit aan bij het verhaal van mijn bejaarde vriend. Ik werd getroffen door een krantbericht \u2018Zeehondrobot wordt ingezet bij dementerende ouderen\u2019. Het is een mooi voorbeeld van het prototypisch onverwachte: dat een robot eenzaamheid kan verminderen. Er zijn alternatieven voor hulpverleners.<\/p><p><br><\/p><p>Maar wordt de robot een goede psychotherapeut? Mijn idee is dat zelfs indien het zou kunnen, wij dat niet moeten willen. Klassieke psychotherapie is immers een gebrekkige oplossing voor psychisch lijden. Toegegeven, tot op heden is psychotherapie wel \u00e9\u00e9n van de beste opties die we tot onze beschikking hebben, maar het blijft behelpen.<\/p>","columns":"0","style":null}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p style=\"text-align: center;\"><strong><em>\"Wordt de robot een goede psychotherapeut? Mijn idee is dat zelfs indien het zou kunnen, wij dat niet moeten willen\"<\/em><\/strong><\/p><p style=\"text-align: center;\"><br><\/p>","columns":"0","style":{"paragraph":["font-size: 20px;","color: rgb(65,127,171);","color: rgba(65,127,171,1);"]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p>Wat is het probleem? Psychisch lijden en mentale weerbaarheid speelt niet in de therapieruimte, maar in het dagelijkse leven van mensen. Psychotherapie was steeds een strategie om inzicht te krijgen en vaardigheden te verwerven met als doel weerbaar te worden voor de uitdagingen van het dagelijkse leven. Maar deze zogenaamde generalisatie lukt vaak niet. Mensen blijven angstig wanneer ze \u2019s nachts buiten lopen, in het openbaar moeten spreken of raken in paniek wanneer ze een vreemd geluid in huis horen. De therapeut kan niet steeds bij de pati\u00ebnt zijn. Het is logistiek onpraktisch, maar als je erover nadenkt ook niet zeer zinvol. Deze oplossing zou de afhankelijkheid van de therapeut vergroten en potentieel de autonomie van de pati\u00ebnt ondermijnen. Omdat de therapeut niet steeds bij de pati\u00ebnt kan zijn en dit zelfs ongewenst is, kiezen we voor op generalisatie gerichte interventies.<\/p><p><br><\/p><p>Het probleem van de gebrekkige generalisatie van psychotherapie is sinds jaren een probleem in psychosociale interventies. Sinds 1983 onderzoek ik dit probleem. Over de afgelopen jaren met de beschikbaarheid van smartphones kwam een doorbraak. Voor het eerst in de geschiedenis van de psychiatrie kunnen we effici\u00ebntere oplossingen ontwikkelen. Apps spelen hierin een belangrijke rol. De strategie die hiervoor gebruikt wordt, is \u2018<em>experience sampling methode<\/em>\u2019 (ESM) of het \u2018verzamelen van ervaringen\u2019. De methodiek maakt het mogelijk zicht te krijgen op kwetsbaarheden maar ook op weerbaarheid. Je begrijpt de context beter van problemen en de impact op het leven van mensen. Het betekent dat de informatie die gebruikt kan worden in de therapieruimte veel meer genuanceerd wordt. En naast de functionele analyse van symptomen (wanneer, waar, wat en met wie?), ook inzicht mogelijk is in het gedrags- en emotionele repertorium van mensen. Een persoonlijke therapie wordt mogelijk.<\/p><p>Op een tweede niveau kunnen we het leren van de therapieruimte ook naar het dagelijkse leven van mensen vertalen. Omdat het leren daar gebeurt, waar de problemen opgelost moeten worden. Dit soort oplossingen betreffen niet alleen de pati\u00ebnt, maar ook een veranderde omgeving. Apps zorgen dan voor een psychotherapeut in je broekzak.<\/p><p><br><\/p><p>Daarnaast is er een derde toepassing voor apps. Stel dat mensen, misschien door de stress waarin ze dagelijks leven, niet in staat zijn om te leren en dus tijdens de begeleiding niet autonoom weerbaar worden. Dan blijven mensen afhankelijk van hulpverlening. Hulpverlening van de psychotherapeut, psychiater of casemanager is immers niet altijd beschikbaar. Maar apps kunnen ook de rol van een prothese vervullen. Ze zorgen ervoor dat de impact van een bestaande en voortdurende kwetsbaarheid beperkt wordt. Mensen worden niet autonoom, maar ook niet afhankelijk (en dus kwetsbaar) van steun en hulp die niet altijd beschikbaar is. De app slaapt niet, heeft geen kantooruren. De app is een altijd beschikbare coach in je broekzak.<\/p>","columns":"0","style":null}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p style=\"text-align: center;\"><strong><em>\"De mogelijkheden van eHealth hebben heel veel te maken met de acceptatie en normalisering van IT-technologie in ons dagelijks leven\"<\/em><\/strong><\/p>","columns":"0","style":{"paragraph":["font-size: 20px;","color: rgb(65,127,171);","color: rgba(65,127,171,1);"]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p>We moeten niet na\u00efef zijn. Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat je bij terugkomst van vakantie constateert dat je veel geld hebt uitgegeven en je budget ruim overschreden werd. Tijdens de laatste vakantie heb je, je voorgenomen om je budget beter bij te houden. Je kiest de beste app uit de app store en je begint elke uitgave in te vullen. Als je bent zoals ik, stop je daarmee na een halve dag. Hoe gemotiveerd je ook bent, het langdurig gebruik van apps ligt niet voor de hand. Veel mensen gebruiken Facebook of WhatsApp. Messenger en Outlook blijven populair. De meeste mensen zijn stilaan overgegaan op elektronische betalingen via hun betaalapp. Maar als het gaat om zelfmonitoring van bloeddruk of van angst dan kun je het al een succes noemen wanneer 20% van de mensen er actief mee aan de slag gaat. Meer dan dit is op dit ogenblik niet realistisch.<\/p><p><br><\/p><p>Redt eHealth de ggz? Vanzelfsprekend is dat zeker niet. De mogelijkheden van eHealth hebben heel veel te maken met de acceptatie en normalisering van IT-technologie in ons dagelijks leven. En deze ontwikkelingen gaan razendsnel. Maar in het bijzonder met betrekking tot de ggz is er nog wel een dingetje: eHealth en privacy. Dit onderwerp heeft eigenlijk niets met de ggz op zich te maken, maar is deel van de keuzes die we in onze maatschappij gaan maken. Deze keuzes zullen meebepalen wat we in de toekomst als vanzelfsprekend zullen beschouwen. Hoe dit zich ontwikkelt is redelijk onvoorspelbaar. Wie had kunnen weten hoe snel we van parlementaire debatten over de privacyschending van en bewijsfoto bij een snelheidsovertreding nog geen 10 jaar geleden, nu accepteren dat in elke stad honderden camera\u2019s ons permanent volgen. Ik ben een sterke voorstander van privacy. Het is vandaag voor veel mensen die lijden aan een psychische kwetsbaarheid een voorwaarde om een evenwaardige behandeling te krijgen. Daar mogen we niet lichtzinnig mee omspringen. Maar misschien denken we in de toekomst dat transparantie over eenieders kwetsbaarheden de belangrijkste factor is geweest in het normaliseren van verschillen tussen mensen en aan de basis ligt van het einde van dit stigma.<\/p><p><br><\/p>","columns":"0","style":null}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p><img src=\"https:\/\/i.imgur.com\/V6cqobF.png\" style=\"height:130px;float:right\"><\/p><p><strong>Prof.Dr. Philippe Delespaul<\/strong> is hoogleraar Zorginnovatie in de ggz aan de Universiteit Maastricht.<\/p>","columns":"0","style":{"background":["background: rgb(65,127,171);","background: rgba(65,127,171,1);"],"paragraph":["color: rgb(255,255,255);","color: rgba(255,255,255,1);"]}}]}]}}