{"id":53302,"magazine_id":3075,"template_id":30,"title":"De tweede trede: wat wordt verstaan onder het bestaand stedelijk gebied?","alias":"hoe-wordt-met-de-ladder-omgegaan-in-juridische-procedures-copy","page_no":10,"meta_keywords":null,"meta_description":null,"share_url":null,"options":{"has_disabled_header":false,"exclude_from_navigationbar":false},"header":null,"content":{"background":{"filename":"schermafbeelding_2015-08-24_om_155744.0a009e84660c.png","uri":"\/images\/schermafbeelding_2015-08-24_om_155744.0a009e84660c.png","alt":null,"filemime":"image\/png","filesize":6653,"width":102,"height":99},"nav_type":null,"rows":[{"row_type":1,"text_image":[{"title":"De tweede trede: wat wordt verstaan onder het bestaand stedelijk gebied?","subtitle":"mr. J.C. van Oosten","description":"<p>In deze bijdrage wordt besproken wanneer volgens de Afdeling wel of geen sprake is van bestaand stedelijk gebied in de zin van <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/wetgeving\/BWBR0023798\/BWBR0023798_Hoofdstuk1_11_Artikel111\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">artikel 1.1.1<\/a> lid 1 aanhef en onder h Bro. Of een gebied kwalificeert als bestaand stedelijk gebied is relevant in het kader van de toets aan de tweede trede van de Ladder. De tweede trede vergt namelijk dat indien er sprake is van een actuele regionale behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt toegelicht in hoeverre in die behoefte kan worden voorzien in het bestaand stedelijk gebied.<\/p>","image":{"filename":"schermafbeelding_2015-10-07_om_150231.b7c36c9e64b2.png","uri":"\/images\/schermafbeelding_2015-10-07_om_150231.b7c36c9e64b2.png","alt":null,"filemime":"image\/png","filesize":1040231,"width":785,"height":519},"content_position":"0","style":{"paragraph":["font-size: 16px;"]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p><strong>Wat is de relevantie van het begrip \"bestaand stedelijk gebied\"?<\/strong><\/p>\n<p>Indien aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling een actuele regionale behoefte bestaat, dan vergt de tweede trede van de Ladder (<a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/wetgeving\/BWBR0023798\/BWBR0023798_Hoofdstuk3_31_Artikel316\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">artikel 3.1.6<\/a> lid 2 aanhef en onder b Bro) dat wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Indien bijvoorbeeld een distributiecentrum&nbsp; wordt gerealiseerd buiten het bestaand stedelijk gebied, dan dient toegelicht te worden in hoeverre het niet mogelijk is dat distributiecentrum binnen het bestaand stedelijk gebied te realiseren. Dat kan een aanzienlijke onderzoeksinspanning met zich brengen, afhankelijk van de omvang van de betreffende regio. Bovendien wordt dan niet toegekomen aan de derde trede van de Ladder, die vergt dat wordt toegelicht in hoeverre de nieuwe stedelijke ontwikkeling die buiten het bestaand stedelijk gebied is gelegen, multimodaal bereikbaar is.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><strong>Wat behoort tot het bestaand stedelijk gebied?<\/strong><\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/wetgeving\/BWBR0023798\/BWBR0023798_Hoofdstuk1_11_Artikel111\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">Artikel 1.1.1<\/a> lid 1 aanhef en onder h Bro definieert het bestaand stedelijke gebied als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><strong>Wat wordt verstaan onder \"herstructurering\" en \"transformatie\" in <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/wetgeving\/BWBR0023798\/BWBR0023798_Hoofdstuk3_31_Artikel316\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">artikel 3.1.6<\/a> lid 2 aanhef en onder b Bro?<\/strong><\/p>\n<p>Onder herstructurering wordt verstaan: \"het vernieuwen van verouderde en verloederde gebieden zodanig dat zij voldaan aan de huidige eisen op het gebied van wonen, werken, recre&euml;ren en mobiliteit. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door sloop, renovatie en\/of herbestemming.<span style=\"color: #c79239;\">[1]<\/span><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>Onder transformatie wordt verstaan de \"verandering van de functie of bebouwing van het stedelijk gebied\".<span style=\"color: #c79239;\">[2]<\/span><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><strong>Indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling is voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied, dient dan een voorkeur te worden gegeven aan het hergebruik of vervangen van bestaande gebouwen?<\/strong><\/p>\n<p>Nee, het bepaalde in <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/wetgeving\/BWBR0023798\/BWBR0023798_Hoofdstuk3_31_Artikel316\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">artikel 3.1.6<\/a> lid 2 aanhef en onder b Bro dwingt er niet toe dat voor nieuwe woningen eerst bestaande gebouwen binnen het stedelijk gebied moeten worden hergebruikt of vervangen. De Afdeling overweegt: \"Niet in geschil is dat het Smakkelaarsveld bestaand stedelijk gebied betreft. Uit <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/wetgeving\/BWBR0023798\/BWBR0023798_Hoofdstuk3_31_Artikel316\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">artikel 3.1.6<\/a>, tweede lid, onder b, van het Bro, gelezen in samenhang met het bepaald in sub c, volgt dat, indien blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, bezien moet worden of hierin - bij voorkeur - binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien door middel van herstructurering, transformatie of anderszins. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/wetgeving\/BWBR0023798\/BWBR0023798_Hoofdstuk3_31_Artikel316\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">artikel 3.1.6<\/a>, tweede lid, onder b, van het Bro (Stb. 2012, 388, blz. 50) blijkt dat onder \"transformatie\" wordt verstaan \"verandering van de functie of bebouwing van het stedelijk gebied\". Anders dan FGH Bank betoogt, dwingt het bepaalde in <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/wetgeving\/BWBR0023798\/BWBR0023798_Hoofdstuk3_31_Artikel316\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">artikel 3.1.6<\/a>, tweede lid, onder b, er derhalve niet toe dat voor nieuwe woningen eerst bestaande gebouwen binnen stedelijke gebied moeten worden hergebruikt of vervangen. Het betoog faalt.\"<span style=\"color: #c79239;\">[3]<\/span><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><strong>Vergt de tweede trede dat eerst alle locaties binnen het bestaand stedelijk gebied worden benut, voordat buiten het bestaand stedelijk gebied kan worden gebouwd?<\/strong><\/p>\n<p>De Afdeling heeft geoordeeld dat niet eerst alle (mogelijke) inbreidings- en transformatielocaties moeten zijn bebouwd voordat tot uitbreiding kan worden besloten. De raad kan, mits deugdelijk gemotiveerd, ervoor kiezen om uitbreiding mogelijk te maken voordat alle inbreidings- en transformatielocaties zijn benut, indien de actuele regionale behoefte groter is dan waaraan kan worden voldaan binnen het bestaand stedelijk gebied.<span style=\"color: #c79239;\">[4]<\/span> Verder is van belang dat de Ladder een motiveringsvereiste betreft en geen bepaald resultaat voorschrijft. Dat betekent dat &ndash; mits deugdelijk gemotiveerd &ndash; het ook mogelijk is een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied te realiseren, ook al zijn er nog inbreidings- en transformatielocaties beschikbaar die kunnen voorzien in de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. In dat geval kan ook belang worden gehecht aan de voorkeur van de initiatiefnemer.<span style=\"color: #c79239;\">[5]<\/span><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><strong>Is ook planologisch \"bestaand\", maar niet gerealiseerd stedelijk gebied, bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h Bro?<\/strong><\/p>\n<p>Ook planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, kunnen als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. De Afdeling overweegt: \"Dat de bebouwing waarin het vorige plan voorzag ten tijde van de vaststelling van het plan grotendeels nog niet was gerealiseerd, maakt dat niet anders, nu volgens de nota van toelichting bij <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/wetgeving\/BWBR0023798\/BWBR0023798_Hoofdstuk3_31_Artikel316\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">artikel 3.1.6<\/a>, tweede lid, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Naar het oordeel van de Afdeling kunnen planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt.\"<span style=\"color: #c79239;\">[6]<\/span>&nbsp;Echter, indien het voorgaande planologische regime aan de betrokken gronden bij wijze van tijdelijke oplossing de bestemming weiland toekende, moet worden gekeken naar de <em>daarvoor<\/em> geldende planologische mogelijkheden.<span style=\"color: #c79239;\">[7]<\/span><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>&nbsp;<strong><a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/magazine\/123100\/123194\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\" class=\"button\">Lees op Omgevingsweb&nbsp;<\/a>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;<a href=\"#!\/wanneer-is-er-sprake-van-een-nieuwe-stedelijke-ontwikkeling\" class=\"button\">Volgend artikel<\/a><\/strong><\/p>","columns":"2","style":null}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p><span style=\"color: #c79239;\">[1]<\/span>&nbsp;<a href=\"https:\/\/zoek.officielebekendmakingen.nl\/stb-2012-388.html\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">Stb. 2012, 388, p. 50<\/a>.<\/p>\n<p><span style=\"color: #c79239;\">[2]<\/span>&nbsp;<a href=\"https:\/\/zoek.officielebekendmakingen.nl\/stb-2012-388.html\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">Stb. 2012, 388, p. 50<\/a>.<\/p>\n<p><span style=\"color: #c79239;\">[3]<\/span>&nbsp;ABRvS 15 oktober 2014, <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/jurisprudentie\/ECLI:NL:RVS:2014:3672\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">ECLI:NL:RVS:2014:3672<\/a>, r.o.6.4.<\/p>\n<p><span style=\"color: #c79239;\">[4]<\/span>&nbsp;ABRvS 5 februari 2015, <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/jurisprudentie\/ECLI:NL:RVS:2014:307\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">ECLI:NL:RVS:2014:307<\/a>, r.o. 10.4.<\/p>\n<p><span style=\"color: #c79239;\">[5]<\/span>&nbsp;ABRvS 23 april 2014, <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/jurisprudentie\/ECLI:NL:RVS:2014:1421\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">ECLI:NL:RVS:2014:1421<\/a>, r.o. 11.2.2.<\/p>\n<p><span style=\"color: #c79239;\">[6]<\/span>&nbsp;ABRvS 24 december 2014, <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/jurisprudentie\/ECLI:NL:RVS:2014:4654\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">ECLI:NL:RVS:2014:4654<\/a>, r.o. 7.3.<\/p>\n<p><span style=\"color: #c79239;\">[7]<\/span> ABRvS 4 maart 2015, <a href=\"http:\/\/www.omgevingswebpro.nl\/jurisprudentie\/ECLI:NL:RVS:2015:653\" target=\"_blank\" onclick=\"Magazine.tracker.trackEvent( 'outbound', 'click', $(this).text() );\">ECLI:NL:RVS:2015:653<\/a>, r.o. 8.3.<\/p>","columns":"2","style":{"background":["background: rgb(255,255,255);","background: rgba(255,255,255,0.5);"]}}]}]}}