{"id":296043,"magazine_id":26684,"template_id":30,"title":"De privaatrechtelijke aspecten van het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen","alias":"de-privaatrechtelijke-aspecten-van-het-wetsvoorstel-kwaliteitsborging-voor-het-bouwen","page_no":10,"meta_keywords":null,"meta_description":null,"share_url":null,"options":{"has_disabled_header":false,"exclude_from_navigationbar":false,"share_url":null},"header":{"name":"header01","image":null,"mobile_image":null,"title_position":[],"title_mobile_position":[],"show_title":false,"action":""},"content":{"background":{"filename":"ral7035_licht_grijs.34fcc669843c.jpg","uri":"\/images\/ral7035_licht_grijs.34fcc669843c.jpg","alt":null,"filemime":"image\/jpeg","filesize":49972,"width":1772,"height":1772},"nav_type":null,"rows":[{"row_type":1,"text_image":[{"title":"De privaatrechtelijke aspecten van het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen","subtitle":null,"description":"<p><span style=\"color: rgb(199, 146, 57); font-family: times; font-size: 18pt;\">Ingmar de Groot en Joris Dortmans<\/span><span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>1<\/sup><\/span><\/p><p>Op 21 februari 2017 is het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen door de tweede kamer aangenomen. Het voorstel ligt nu ter behandeling bij de eerste kamer.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>2<\/sup><\/span> Het wetsvoorstel bevat een publiekrechtelijk deel en privaatrechtelijk deel. Dit artikel bevat een toelichting op het privaatrechtelijke deel van het wetsvoorstel en met name op de daarin opgenomen wijziging van de verborgen gebreken regeling uit artikel 7:758 BW.<\/p>","image":{"filename":"pexels-photo-12255.887549f3a2f6.jpeg","uri":"\/images\/pexels-photo-12255.887549f3a2f6.jpeg","alt":null,"filemime":"image\/jpeg","filesize":241059,"width":1417,"height":945},"content_position":"0","style":{"title":["font-size: 36px;","font-family: 'Times New Roman', Times; font-weight: normal;"],"subtitle":[],"paragraph":["font-size: 16px;","font-family: 'Times New Roman', Times; font-weight: normal;"],"m_title":[],"m_subtitle":[],"m_paragraph":[]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p><strong>1. Achtergrond &amp; doel van het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>Het doel van het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen is het verbeteren van de bouwkwaliteit door de privaatrechtelijke positie van de <em>bouwconsument<\/em> te versterken en door een nieuw stelsel van kwaliteitsborging te introduceren.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>3<\/sup><\/span><\/p><p><br><\/p><p>Het publiekrechtelijke deel van de wijzigingen omvat onder meer de wijziging van de woningwet door het invoegen van een nieuw systeem van kwaliteitsborging.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>4<\/sup><\/span> In het kort komen deze wijzigingen erop neer dat de markt geacht wordt zelf in te staan voor de door haar te realiseren kwaliteit.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>5<\/sup><\/span> Het privaatrechtelijke deel van de wijzigingen ziet op de verbetering van de positie van de <em>bouwconsument<\/em> door middel van enkele wijzigingen in titel 12 van boek 7 BW. Hierbij dient te worden aangetekend dat de term <em>bouwconsument&nbsp;<\/em>zowel ziet op zakelijke als particuliere opdrachtgevers.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>6<\/sup><\/span> Het idee van de wetgever achter de privaatrechtelijke wijzigingen is dat door een verbetering van de positie van opdrachtgevers, zij beter in staat zijn hun belangen ten aanzien van bouwkwaliteit te behartigen.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>7<\/sup><\/span><\/p><p><br><\/p><p><strong>2. Wijzigingen in het Burgerlijk wetboek<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>Het wetsvoorstel voorziet in een vijftal wijzigingen van titel 12 (Aanneming van werk) van boek 7 van het BW. Aanneming werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>8<\/sup><\/span><\/p><p><br><\/p><p>Drie van de voorgestelde wijzigingen stonden reeds in het oorspronkelijke wetsvoorstel van 21 april 2016, namelijk de wijziging van de artikelen 7:758 en 7:768 en het invoegen van een nieuw artikel 7:765a BW.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>9<\/sup><\/span> Tijdens de behandeling in de tweede kamer zijn hier, op grond van een tweetal amendementen van kamerlid de Vries<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>10<\/sup><\/span>, de wijziging van artikel 7:754 en het invoegen van een nieuw artikel 7:757a BW aan toegevoegd. In deze paragraaf zullen wij kort deze laatste vier wijzigingen bespreken. De aanpassing van artikel 7:758 zal in paragraaf 4 uitgebreider besproken worden.<\/p><p><br><\/p><p><strong>2.1 Artikel 7:754 BW<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>Artikel 7:754 BW verplicht de aannemer om de opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht, gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever en fouten of gebreken in door de opdrachtgever verstrekte plannen, tekeningen, berekeningen, bestekken of uitvoeringsvoorschriften indien en voor zover de aannemer die onjuistheden, gebreken en fouten behoorde te kennen.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>11<\/sup><\/span><\/p><p>Volgens het wetsvoorstel wordt aan het bestaande artikel 7:754 BW een tweede lid toegevoegd met de volgende tekst:<\/p><p><br><\/p><p><em>Bij aanneming van een bouwwerk geschiedt een waarschuwing als bedoeld in lid 1 schriftelijk en ondubbelzinnig en wijst de aannemer de opdrachtgever tijdig op de mogelijke gevolgen voor de deugdelijke nakoming van de overeenkomst. Van dit lid kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, voor zover de opdrachtgever een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.<\/em><\/p><p><br><\/p><p>De toelichting bij het amendement vermeldt dat met deze wijziging wort beoogd de ruimte voor discussie over aansprakelijkheid te beperken door het aanscherpen van de waarschuwingsplicht van de aannemer.<span style=\"color: rgb(199, 146, 57);\"><sup>12<\/sup><\/span><\/p>","columns":"2","style":{"title":[],"paragraph":[],"m_title":[],"m_paragraph":[]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p style=\"text-align: center;\"><em>\"Het idee van de wetgever achter de privaatrechtelijke wijzigingen is dat door een verbetering van de positie van opdrachtgevers, zij beter in staat zijn hun belangen ten aanzien van bouwkwaliteit te behartigen.\"&nbsp;<\/em><\/p>","columns":"0","style":{"background":["background: rgb(62,61,86);","background: rgba(62,61,86,1.00);"],"title":["color: rgb(62,61,86);","color: rgba(62,61,86,1.00);"],"paragraph":["font-family: 'Times New Roman', Times; font-weight: normal;","color: rgb(255,255,255);","color: rgba(255,255,255,1.00);","font-size: 26px;"],"m_title":["color: rgb(62,61,86);","color: rgba(62,61,86,1.00);"],"m_paragraph":["color: rgb(255,255,255);","color: rgba(255,255,255,1.00);","font-size: 26px;","font-family: 'Times New Roman', Times; font-weight: normal;"]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p><strong>2.2. Artikel 7:757a BW<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>De tweede wijziging uit het wetsvoorstel is het voorstel om een nieuw artikel 7:757a BW aan titel 12 van boek 7 toe te voegen.<\/p><p><br><\/p><p>De tekst van het nieuwe artikel 7:757a BW luidt als volgt:<\/p><p><br><\/p><p><em>In geval van aanneming van een bouwwerk legt de aannemer bij de kennisgeving dat het werk klaar is om te worden opgeleverd, bedoeld in artikel 758 lid 1, een dossier aan de opdrachtgever over met betrekking tot het tot stand gebrachte bouwwerk. Het dossier bevat gegevens en bescheiden die volledig inzicht geven in de nakoming van de overeenkomst door de aannemer en de te dien aanzien uitgevoerde werkzaamheden en bevat in ieder geval: (a) tekeningen en berekeningen betreffende het tot stand gebrachte bouwwerk en de bijbehorende installaties, en een beschrijving van de toegepaste materialen en installaties, alsmede de gebruiksfuncties van het bouwwerk; en (b) gegevens en bescheiden die nodig zijn voor gebruik en onderhoud van het bouwwerk.&nbsp;<\/em><\/p><p><em>&nbsp;<\/em><\/p><p>In dit artikel is de introductie van een zogenaamd overdrachtsdossier opgenomen, dat \u2013 zo vermeld de toelichting bij het amendement \u2013zowel een consumentendeel als een opleveringsdeel bevat. In het consumentendeel verklaart en toont de aannemer aan dat hij het bouwwerk volgens regels van goed en deugdelijk werk heeft gerealiseerd en dat hij de in de aannemingsovereenkomst vastgelegde afspraken is nagekomen. In het opleveringsdeel verklaart de aannemer en toont hij aan dat hij aan de (publiekrechtelijke) wettelijke regels en prestatie eisen heeft voldaan.<span style=\"color:#c79239\"><sup>13<\/sup><\/span><\/p><p><br><\/p><p><strong>2.3. Artikel 7:765a BW<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>De huidige afdeling 2 van titel 12 van boek 7 heeft reeds betrekking op de bouw van een woning in opdracht van een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.<\/p><p><br><\/p><p>In het wetsvoorstel is opgenomen dat een nieuw artikel 7:765a BW aan afdeling 2 wordt toegevoegd. De tekst van het eerste lid van het in te voegen artikel luidt als volgt:<\/p><p><br><\/p><p><em>Voordat de opdrachtgever gebonden is aan een overeenkomst als bedoeld in artikel 765<span style=\"color:#c79239\"><sup>14<\/sup><\/span> dan wel aan een daartoe strekkend aanbod, informeert de aannemer de opdrachtgever schriftelijk en ondubbelzinnig of en, zo ja, op welke wijze de nakoming van zijn verplichtingen tot uitvoering van het werk en zijn aansprakelijkheid voor gebreken die aan hem zijn toe te rekenen door een verzekering dan wel een andere financi\u00eble zekerheid is of zal worden gedekt. Deze informatie wordt op een voor de opdrachtgever duidelijke en begrijpelijke wijze verstrekt en ziet in ieder geval op de omvang van de verzekering of de financi\u00eble zekerheid, de dekkingsgraad, de looptijd en de som waarvoor de verzekering is afgesloten dan wel de financi\u00eble zekerheid is verstrekt.<\/em><\/p><p><br><\/p><p>In het tweede lid artikel 7:765a BW wordt ten overvloede nog vermeld dat de verstrekte informatie integraal onderdeel van de overeenkomst vormt.<\/p><p><br><\/p><p>Dit artikel bevat aldus een informatieplicht van de aannemer jegens de opdrachtgever bij het aangaan van de overeenkomst. De aannemer moet de opdrachtgever onder meer waarschuwen voor de (eventuele) risico\u2019s als gevolg van insolventie van de aannemer.<span style=\"color:#c79239\"><sup>15<\/sup><\/span><\/p><p><br><\/p><p><strong>2.4. Artikel 7:768 BW<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>Ook artikel 7:768 BW is opgenomen in afdeling 2 van titel 12 van boek 7, die betrekking heeft op de bouw van een woning in opdracht van een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.<\/p><p><br><\/p><p>Artikel 7:768 BW bevat een bijzonder opschortingsrecht voor een particuliere opdrachtgever op grond waarvan deze bij oplevering maximaal 5% van de aanneemsom mag inhouden op de laatste termijn of laatste termijnen van de aanneemsom. Dit deel van de aanneemsom mag worden ingehouden als zekerheid voor de nakoming van de aannemingsovereenkomst door de aannemer, onafhankelijk van de aanwezigheid van gebreken bij oplevering. Het bedrag moet worden gestort bij een notaris.<\/p><p><br><\/p><p>In het wetsvoorstel wordt een nieuw tweede lid ingevoegd en worden aantal aanpassingen van (de vernummerde) leden 3 tot en met 5 voorgesteld. De nieuwe tekst artikel 7:768 BW komt \u2013 volgens het wetsvoorstel \u2013 als volgt te luiden:<\/p><ol><li><p><em>De opdrachtgever kan, zonder beroep te doen op artikel 262 van Boek 6 en onder behoud van zijn recht op oplevering, maximaal 5% van de aanneemsom inhouden op de laatste termijn of laatste termijnen en dit bedrag in plaats van aan de aannemer te betalen, in depot storten bij een notaris.&nbsp;<\/em><\/p><\/li><li><p><em>De aannemer stelt de opdrachtgever uiterlijk twee maanden na het tijdstip van oplevering, doch niet eerder dan \u00e9\u00e9n maand na dat tijdstip, schriftelijk in de gelegenheid aan te geven of hij van de in artikel 262 van Boek 6 toegekende bevoegdheid gebruik wenst te maken. De aannemer stuurt hiervan een afschrift aan de notaris.<\/em><\/p><\/li><li><p><em>De notaris brengt het bedrag in de macht van de aannemer nadat drie maanden zijn verstreken na het tijdstip van oplevering, indien hij het afschrift bedoeld in het tweede lid, heeft ontvangen, tenzij de opdrachtgever van de in artikel 262 van Boek 6 toegekende bevoegdheid wenst gebruik te maken. In dat geval deelt de opdrachtgever aan de notaris mee tot welk bedrag het depot moet worden gehandhaafd.&nbsp;<\/em><\/p><\/li><li><p><em>De notaris brengt het bedrag voorts in de macht van de aannemer voor zover de opdrachtgever daarin toestemt, de aannemer een aan het depot gelijkwaardige zekerheid stelt of bij een uitspraak die partijen bindt, is beslist dat een depot niet of niet langer gerechtvaardigd is.&nbsp;<\/em><\/p><\/li><li><p><em>Indien de opdrachtgever aan de aannemer schadevergoeding verschuldigd is wegens de in lid 1 bedoelde depotstorting of de door de aannemer gestelde gelijkwaardige zekerheid, wordt deze gesteld op de wettelijke rente bedoeld in artikel 119 van Boek 6. Gedurende de drie maanden bedoeld in lid 3, is zij niet verschuldigd, zelfs niet indien geen gebreken worden geconstateerd.<\/em><\/p><\/li><\/ol><p>De wijzigingen verplichten de aannemer om de opdrachtgever expliciet te wijzen op het bestaan van zijn opschortingsrecht. Hij dient daartoe de opdrachtgever schriftelijk in de gelegenheid te stellen zich uit te spreken over de vraag of hij het depot wil handhaven en daarvan een afschrift aan de notaris te sturen.<span style=\"color:#c79239\"><sup>16<\/sup><\/span> De notaris mag pas overgaan tot uitbetaling van het depot als hij dit schriftelijke bewijs van de aannemer heeft ontvangen.<\/p>","columns":"2","style":{"title":[],"paragraph":[],"m_title":[],"m_paragraph":[]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p style=\"text-align: center;\"><em>\"Met het wetsvoorstel wil de wetgever afscheid nemen van het huidige systeem waarin de deskundigheid van de opdrachtgever relevant is voor de verdeling van aansprakelijkheid. Onder lid 3 van artikel 7:758 BW moet de opdrachtgever bewijzen dat hij het gebrek niet<span>&nbsp;<\/span><em>'redelijkerwijs had moeten ontdekken'.<\/em>\"<\/em><\/p>","columns":"0","style":{"background":["background: rgb(62,61,86);","background: rgba(62,61,86,1.00);"],"title":[],"paragraph":["color: rgb(255,255,255);","color: rgba(255,255,255,1.00);","font-size: 24px;"],"m_title":[],"m_paragraph":[]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p><strong>3. Artikel 7:758 BW<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>De meest verstrekkende wijziging van het wetsvoorstel is wijziging van de verborgen gebrekenregeling uit artikel 7:758 BW.<\/p><p><br><\/p><p><strong>3.1. Huidige regeling van artikel 7:758 BW<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>De huidige tekst van het derde lid van artikel 7:758 luidt als volgt:<\/p><p><br><\/p><p><em>De aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.<\/em><\/p><p><br><\/p><p>Dit lid bevat de zogenaamde 'verborgen gebrekenregeling', op grond waarvan de aannemer na oplevering niet meer aansprakelijk is voor de gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. Deze regeling bevat een afwijking van de algemene regel van 6:74, eerste lid BW ten gunste van de aannemer, waarin dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt, te vergoeden, tenzij die tekortkoming niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend.<span style=\"color:#c79239\"><sup>17<\/sup><\/span> De huidige regeling van artikel 7:758 lid 3 BW komt er \u2013 in het kort \u2013 op neer dat gebreken die zijn veroorzaakt door toedoen van de aannemer en die zichtbaar waren bij oplevering, niet meer voor rekening van de aannemer hoeven te worden hersteld als de opdrachtgever daarvan geen melding heeft gemaakt bij de opname van het werk in het kader van de oplevering.<\/p><p>&nbsp;<\/p><p>De bewijslast hieromtrent rust op de opdrachtgever die zodoende moet bewijzen dat er een gebrek is, dat het gebrek aan de aannemer kan worden toegerekend en dat de opdrachtgever het gebrek redelijkerwijs niet had moeten ontdekken.<span style=\"color:#c79239\"><sup>18<\/sup><\/span> Bovenstaande aansprakelijkheids- en bewijslastverdeling is op zijn minst gunstig voor de aannemer te noemen.<\/p><p><br><\/p><p><strong>3.2. Voorgestelde wijzigingen van artikel 7:758 BW<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>Met het oog op de verbetering van de bescherming van de (particuliere) opdrachtgever wordt aan artikel 7:758 BW het volgende nieuwe vierde lid toegevoegd:<\/p><p><br><\/p><p><em>In afwijking van het derde lid, is bij aanneming van bouwwerken de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Van dit lid kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, voor zover de opdrachtgever een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In andere gevallen kan van dit lid alleen ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, indien dit uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen.<\/em><\/p><p><br><\/p><p>Wat allereerst opvalt is dat met deze wijziging het onderscheid tussen verborgen en niet-verborgen gebreken komt vervallen. Op grond van het nieuwe vierde lid blijft de aannemer in beginsel aansprakelijk voor gebreken. die niet zijn ontdekt, ook niet als die gebreken wel bij de opname van het werk in het kader van de oplevering ontdekt hadden kunnen worden.<span style=\"color:#c79239\"><sup>19<\/sup><\/span><\/p><p><br><\/p><p>Wat daarnaast opvalt is dat het nieuwe vierde lid alleen ziet op aanneming van bouwwerken. Aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 lid 1 BW ziet niet alleen op bouwwerken, maar ook op andere vormen van aanneming van werk zoals het stomen van kleding of het schilderen van een huis. De 'verborgen gebrekenregeling' blijft echter wel gelden voor overeenkomt van aanneming van werk die niet zien op aanneming van bouwwerken.<\/p><p><br><\/p><p>Met het wetsvoorstel wil de wetgever afscheid nemen van het huidige systeem waarin de deskundigheid van de opdrachtgever relevant is voor de verdeling van aansprakelijkheid. Onder lid 3 van artikel 7:758 BW moet de opdrachtgever bewijzen dat hij het gebrek niet <em>'redelijkerwijs had moeten ontdekken'<\/em>. Deze formulering leidt ertoe dat (het inhuren van) deskundigheid aan de zijde van de opdrachtgever kan leiden tot een verminderde aansprakelijkheid van de aannemer voor zijn fouten.<span style=\"color:#c79239\"><sup>20<\/sup><\/span> Dit kan tot de onbevredigende situatie leiden dat de discussie tussen partijen niet gaat over de vraag er sprake is van een gebrek dat is toe te rekenen aan de aannemer, maar over de vraag of de opdrachtgever deze had moeten ontdekken tijdens de oplevering.<span style=\"color:#c79239\"><sup>21<\/sup><\/span> In het nieuwe vierde lid is de wetgever van deze formulering afgestapt en is de vraag of een gebrek bij oplevering zichtbaar is of niet, niet meer afhankelijk van de deskundigheid van de opdrachtgever.&nbsp;<\/p><p><br><\/p><p>Van het voorgestelde vierde lid kan niet ten nadele van de opdrachtgever kan worden afgeweken, voor zover de opdrachtgever een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.<\/p>","columns":"2","style":{"title":[],"paragraph":[],"m_title":[],"m_paragraph":[]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p style=\"text-align: center;\"><em>\"Toch klinkt er ook op het huidige voorstel nog steeds kritiek. Chao-Duivis betoogd dat het wetsvoorstel onduidelijk is wat betreft de bewijslastverdeling tussen de aannemer en de opdrachtgever.\"<\/em><\/p>","columns":"0","style":{"background":["background: rgb(62,61,86);","background: rgba(62,61,86,1);"],"title":[],"paragraph":["color: rgb(255,255,255);","color: rgba(255,255,255,1);","font-size: 24px;"],"m_title":[],"m_paragraph":[]}}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p><strong>3.3. Kritiek<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>In de consultatie versie van het wetsvoorstel uit 25 juni 2014 werd voorgesteld om het derde lid van artikel 7:758 als volgt te wijzigen:<\/p><p><br><\/p><p><em>De aannemer is aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Van dit lid kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken bij aanneming van bouwwerken.<\/em><\/p><p><br><\/p><p>Na hierop veel kritiek te hebben ontvangen vanuit de praktijk<span style=\"color:#c79239\"><sup>22<\/sup><\/span> is het wetsvoorstel grondig aangepast en is er in plaats van een wijziging van het derde lid, het toevoegen van bovenstaand vierde lid voor in de plaats gekomen.<\/p><p><br><\/p><p>Toch klinkt er ook op het huidige voorstel nog steeds kritiek. Chao-Duivis betoogd dat het wetsvoorstel onduidelijk is wat betreft de bewijslastverdeling tussen de aannemer en de opdrachtgever.<span style=\"color:#c79239\"><sup>23<\/sup><\/span> Ook somt Chao-Duivis in een recente open brief<span style=\"color:#c79239\"><sup>24<\/sup><\/span> nogmaals een aantal punten van kritiek op. Allereerst is het naar haar mening onduidelijk wat de term \u2018ontdekt\u2019 precies inhoudt en op wie nou precies deze onderzoeksplicht rust. Ook de term gebrek is volgens haar ongelukkig nu er volgens haar beter voor de term tekortkoming gesproken had kunnen worden, hetgeen in lijn is met boek 6 BW.<\/p><p><br><\/p><p>Wat ook opvalt is dat volgens de memorie van toelichting een verborgen gebrek 'een gebrek dat niet bij de oplevering is ontdekt' is en dat het proces verbaal van oplevering als bewijs kan dienen van wat bij de oplevering aan gebreken is ontdekt.<span style=\"color:#c79239\"><sup>25<\/sup><\/span> Chao-Duivis maakt in haar brief in dit kader onderscheid tussen verschillende \u2018categorie\u00ebn van ontdekte gebreken\u2019. Allereerst zijn er de gebreken die zijn opgenomen in het proces-verbaal van oplevering die voor rekening van de aannemer moeten komen. Daarnaast heb je een categorie met gebreken die niet zijn opgenomen in het proces-verbaal maar waar wel op een andere manier is gecommuniceerd. Mits dit door de consument kan worden bewezen, komen deze ook voor rekening van de aannemer. De derde categorie zijn de door de consument aanvaarde gebreken welke voor zijn eigen rekening komen. Deze situatie noemt Chao- opvallend, aangezien de consument nagenoeg nooit een gebrek bewust zal aanvaarden.<\/p><p><br><\/p><p>Als laatste categorie noemt Chao-Duivis in haar open brief de situatie dat een gebrek wel duidelijk zichtbaar was, maar om wat voor reden dan ook niet is genoteerd in het proces-verbaal. Niet duidelijk wordt of er dan nog sprake is van 'bij oplevering niet ontdekt'. Ook Bruggeman stelt dat de voorgestelde wettekst op dit punt duidelijker had mogen zijn.<span style=\"color:#c79239\"><sup>26<\/sup><\/span> In haar open brief stelt Chao-Duivis nog wel twee alternatieven voor zijnde een andere formulering van het vierde lid danwel aanknoping bij de regeling van de koopovereenkomst uit artikel 7:17 BW. Deze kritiek en voorstellen hebben echter niet geleid tot aanpassing van het voorstel.<\/p><p><br><\/p><p><strong>4. Conclusie<\/strong><\/p><p><br><\/p><p>Het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen is de grootste en meest ingrijpende wijziging van bouwwetgeving in Nederland sinds lange tijd. De privaatrechtelijke wijzigingen hebben als doel om de positie van de bouwconsument te verbeteren en de voorgestelde wijzigingen in het BW leiden ook daadwerkelijk tot een verbetering van de positie van de \u2013 in ieder geval particuliere \u2013 bouwconsument. De voorgestelde wijziging van artikel 7:758 BW is de meest ingrijpende. Bij aanneming van bouwwerken leidt deze wijziging ertoe dat de aannemer vaker aansprakelijk zal zijn voor later ontdekte gebreken. Gelet op de voorgestelde tekst zal echter vooral de opdrachtgever die consument is van deze wijziging voordeel hebben aangezien voor niet-consumenten van de regeling kan worden afgeweken, hetgeen naar verwachting in de praktijk wel zal gebeuren.<\/p>","columns":"2","style":null}]},{"row_type":4,"text":[{"title":null,"description":"<p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>1<\/sup><\/span> Ingmar de Groot is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en Joris Dortmans is juridisch assistent bij Stibbe in Amsterdam.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>2<\/sup><\/span> Kamerstukken I 2016\/2017, 34 453, nr. A.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>3<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 3, p. 2.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>4<\/sup><\/span> In de woningwet wordt na artikel 7a een nieuwe afdeling (Afdeling 1A.) ingevoegd met als onderwerp Kwaliteitsborging voor het bouwen, zie Kamerstukken I 2016\/2017, 34 453, nr. A.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>5<\/sup><\/span> E.M. Bruggeman, De privaatrechtelijke aspecten van het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen (Deel 1), Tijdschrift voor Bouwrecht 2016\/78, p. 501.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>6<\/sup><\/span> Zie: Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 3, p. 2. De term <em>bouwconsument&nbsp;<\/em>volgt uit het wetsvoorstel. In het hiernavolgende zullen wij in plaats van de term <em>bouwconsument&nbsp;<\/em>de term <em>opdrachtgever<\/em> hanteren, hetgeen in lijn is met de terminologie uit het BW.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>7<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 3, p. 4.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>8<\/sup><\/span> Artikel 7:750, lid 1 BW.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>9<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 2.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>10<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2016\/2017, 34 453, nr. 15 en 17.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>11<\/sup><\/span> Groene serie Bijzondere overeenkomsten, art. 7:754 BW, aantekening A.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>12<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2016\/2017, 34 453, nr. 15, p. 1 en 2.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>13<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2016\/2017, 34 453, nr. 17, p. 2.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>14<\/sup><\/span> Dit betreft op grond van artikel 7:765 BW: een overeenkomst die ziet op: <em>'aanneming van werk die strekt tot de bouw van een woning, bestaande uit een onroerende zaak of bestanddeel daarvan, in opdracht van een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf'.<\/em><\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>15<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 3, p. 41.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>16<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 3, p. 38<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>17<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 3, p. 33.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>18<\/sup><\/span> M.A.B. Chao-Duivis, Nogmaals: naar een andere regeling van de aansprakelijkheid na oplevering, exit het onderscheid verborgen en niet-verborgen gebreken, Tijdschrift voor Bouwrecht 2016\/80, p. 520 en 521.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>19<\/sup><\/span> A.A. Van Velten, Privaatrechtelijke veranderingen door het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen, Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie, 2016\/7125, p. 1.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>20<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 3, p. 33.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>21<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 3, p. 34.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>22<\/sup><\/span> Zie voor een samenvatting van deze kritieken M.A.B. Chao-Duivis, Naar een andere regeling van aanapsrakelijkheid na oplevering: exit onderscheid verborgen en niet verborgen gebreken, Tijdschrift voor Bouwrecht 2015\/19, p. 108 en 109.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>23<\/sup><\/span> M.A.B. Chao-Duivis, Nogmaals: naar een andere regeling van de aansprakelijkheid na oplevering, exit het onderscheid verborgen en niet-verborgen gebreken, Tijdschrift voor Bouwrecht 2016\/80, p. 521 en 522.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>24<\/sup><\/span> M.A.B. Chao-Duivis, \u2018Open brief formulering concept-artikel 7:758 lid 4 BW wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen\u2019, 31 oktober 2016.<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>25<\/sup><\/span> Kamerstukken II 2015\/2016, 34 453, nr. 3, p. 35<\/p><p><span style=\"color:#ffffff\"><sup>26<\/sup><\/span> E.M. Bruggeman, De privaatrechtelijke aspecten van het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen (Deel 2), Tijdschrift voor Bouwrecht 2016\/92, p. 594.<\/p>","columns":"2","style":{"background":["background: rgb(159,158,171);","background: rgba(159,158,171,0.70);"]}}]}]}}